06 - 10 - 2011
Om de mobiliteit op de arbeidsmarkt te bevorderen doet in 2013 de Vitaliteitsregeling zijn intrede.
De overheid zet deze regeling in om het voor werknemers mogelijk te maken op een fiscaal vriendelijke manier te sparen, om zo bijvoorbeeld een periode van inkomensachteruitgang te overbruggen. Werknemers kunnen het geld besteden wanneer zij willen.
In 2012 nemen de mogelijkheden voor werknemers om (gedeeltelijk) onbelast te sparen behoorlijk af. Pas in 2013 komt de vitaliteitsregeling in de plaats voor de spaarloonregeling en de levensloopregeling.
Geen beperkingen tot 61 jaar
Met de vitaliteitsregeling mag in totaal €20.000 bruto fiscaal vriendelijk gespaard worden. Werknemers kunnen zelf bepalen wanneer zij het gespaarde geld besteden. Daarnaast geldt een jaarlijkse aftrekbare minimuminleg van €5.000.
Voor werknemers tot en met 61 jaar gelden er geen beperkingen met betrekking tot het maximaal op te nemen bedrag. Vanaf het moment dat een werknemer 62 jaar of ouder is, geld er een maximum opnamebedrag van €10.000 per jaar. Op deze manier wil de overheid voorkomen dat werknemers de vitaliteitsregeling alsnog gebruiken om vervroegd met pensioen te gaan.
Inkomensdaling
Werknemers mogen zelf besluiten wanneer ze het geld inzetten, maar het voordeel is het grootst wanneer het tegoed wordt besteedt bij een inkomensdaling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een werknemer die onbetaald verlof neemt in verband met het volgen van een studie.
Wat kunt u besparen op uw loonadministratie?
Doe nu GRATIS de Quickscan en ontvang een gedetailleerde schriftelijke rapportage!
De nooit echt populair geworden levensloopregeling nadert zijn einde. Werknemers die op 31 december 2011 tenminste een saldo hebben opgebouwd van €3.000,- mogen vanaf 2012 nog wel blijven inleggen en opnemen.